Bulletineke Justitia
U bent hier:

Is staken nog van deze tijd?

Is staken nog van deze tijd? 

Het stakingsrecht in Nederland staat niet expliciet genoemd in Nederlandse regelgeving, maar het komt voort uit internationale verdragen. Artikel 6 lid 4 van het Europees Sociaal Handvest erkent het recht van werknemers om collectief het werk neer te leggen. De Hoge Raad bevestigt dat stakingen onder dit grondrecht vallen.[1] Een voorgaande aanzegging is niet langer vereist voor de rechtmatigheid van een staking.[2] Bij de beoordeling van een staking moet de Hoge Raad rekening houden met factoren zoals de duur en het doel van de actie de verhouding tot dat doel en de daardoor veroorzaakte schade voor de werkgever en derden.[3] Enkel in uiterste gevallen kan het stakingsrecht worden beperkt. Dit kan op grond van artikel G van het Europees Sociaal Handvest via de onrechtmatige daad. Dit gebeurt enkel als sprake is van onevenredige schade of als de veiligheid in het geding is.[4]

CAO’s en vertegenwoordiging van werknemers

Collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) worden gesloten tussen werkgevers(organisaties) en werknemersorganisaties, oftewel vakbonden.[5] Zo’n cao kan algemeen verbindend worden verklaard voor bijvoorbeeld een hele bedrijfstak. In dat geval geldt de cao voor zowel alle werknemers als alle werkgevers in die sector, ongeacht hun lidmaatschap van een vakbond.[6] De Wet AVV bepaalt dat algemeen verbindend verklaarde cao-bepalingen automatisch van toepassing zijn op ongebonden werkgevers en werknemers.[7] Een lid van een vakbond heeft dus geen exclusieve rechtshandelingsbevoegdheid: de cao-voorwaarden gelden ook voor niet-leden binnen de werkingssfeer. Dit leidt ertoe dat veel werknemers geen noodzaak zien om vakbondscontributie te betalen, aangezien zij toch profiteren van de cao-resultaten.

Vakbondslidmaatschap en stakingsuitkeringen

Vakbonden bieden leden naast collectieve belangenbehartiging ook individuele rechtsbescherming en financiële steun bij arbeidsconflicten.[8] Een concreet voorbeeld is de stakingsuitkering. Wanneer een vakbond een staking organiseert, ontvangt een staker die lid is een vergoeding uit de stakingskas (gevuld met contributiegelden) tijdens de staking. Niet-leden die meedoen aan zo’n georganiseerde staking komen in de regel niet voor zo’n uitkering in aanmerking. Anders gezegd: de financiële lasten van het vastberaden staken worden vrijwel geheel gedragen door de vakbond en diens leden.

Volgens het Amsta-arrest van de Hoge Raad moet een staking een redelijk doel dienen en mag de actie niet disproportioneel veel schade veroorzaken.[9] Relevant zijn onder andere de duur van de staking, de significantie van het gestelde doel en de ernst van de schade aan de werkgever of derden.[10] Ook moet staken in georganiseerd verband plaatsvinden door vakbonden om belangrijke juridische bescherming te genieten. Bij een ongeorganiseerde (‘wilde’) staking kan de werkgever wel loon inhouden of maatregelen nemen, terwijl bij vakbondsstaken de wet in principe oproep tot solidariteit beveelt.

Effect van afnemend ledental

Het aantal vakbondsleden in Nederland neemt al decennia lang af. Volgens het CBS bedroeg het totaal aantal leden in 2025 circa 1,4 miljoen. Dit betreft het laagste niveau sinds 1962.[11] Deze krimp tast de slagkracht van vakbonden aan. Laagland (kroonlid van de SER) constateert: “Als we allemaal niet meer lid worden, zwakt de daadkracht van een vakbond af. Daardoor is het voor vakbonden lastiger om in onderhandelingen met werkgevers een goede cao tot stand te brengen”.[12] Met weinig leden is het moeilijker om bij cao-onderhandelingen een ‘vuist te maken’ en zo betere arbeidsvoorwaarden af te dwingen. In zekere zin ondergraaft het ledentekort ook de legitimiteit en representativiteit van cao-partijen: bij een lage binding van leden ontstaat twijfel of een cao daadwerkelijk de wens van de meerderheid van werknemers weerspiegelt.

Tegelijk blijkt uit recente stakingen dat een sterke vakbondspositie effect kan sorteren. Zo leidde het hoge lidmaatschapspercentage bij NS er samen met de stakingen toe dat onderhandelingen resulteerden in betere afspraken.[13] Hieruit zou je kunnen concluderen dat staken nog steeds zinnig is, mits de actie breed gedragen wordt en wettelijke uitgangspunten worden gerespecteerd.

Conclusie

Het Nederlandse stakingsrecht berust op internationale verdragen en wordt nader ingevuld door de jurisprudentie van de Hoge Raad. Een cao bindt van rechtswege alle werknemers in de betreffende sector als deze algemeen verbindend worden verklaard. Vakbondslidmaatschap geeft individuen in dat verband extra rechten, zoals juridische bijstand en stakingsuitkeringen, die niet-leden niet krijgen. Het dalende aantal vakbondsleden verzwakt de onderhandelingskracht van vakbonden en zet de effectiviteit van stakingen onder druk. Desondanks blijft het stakingsrecht een belangrijk instrument. De praktijk toont aan dat collectieve acties, mits ze goedzijn  georganiseerd en draagvlak hebben, nog steeds tot concrete verbeteringen in cao-afspraken kunnen leiden.

[1] HR 30 mei 1986, nr. 12698, r.o. 3.2.

[2] HR 19 juni 2015, ECLI:NL:HR:2025:1687.

[3] HR 19 juni 2015, ECLI:NL:HR:2025:1687.

[4] ‘Collectieve acties’, Organisatie en Personeel Rijk, www.oprijk.nl, 24 september 2025.

[5] Artikel 2 Wet CAO.

[6] Artikel 2 lid 1 Wet AVV.

[7] Bouwens, Houwerzijl & Roozendaal 2023, paragraaf 5.2.2.

[8] Bouwens, Houwerzijl & Roozendaal 2023, paragraaf 4.4.1.

[9] HR 19 juni 2015, ECLI:NL:HR:2025:1687.

[10] Rb. Noord-Holland 26 mei 2019, ECLI:NL:2019:RBNHO:5857; Rb. Noord-Holland 16 oktober 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:8589.

[11] ‘Meer jonge vakbondsleden na jarenlange daling’, CBS, www.cbs.nl, 31 oktober 2025.

[12] ‘Staken: zinvol of niet?’, Radboud Universiteit, www.ru.nl, 8 september 2025.

[13] ‘Staken: zinvol of niet?’, Radboud Universiteit, www.ru.nl, 8 september 2025.